Afdeling 1. - De algemene vergadering

Onderafdeling A. - Samenstelling

Art. 17.

§ 1. De algemene vergadering wordt gevormd door twee afgevaardigden per schoolraad die onder de scholengroep ressorteert, en de voorzitter van de raad van bestuur, die de algemene vergadering voorzit.

 

§ 2. Een afgevaardigde van elke schoolraad wordt gekozen door en uit de in artikel 7, § 1, 1° en 3°, bedoelde leden van de schoolraad. Een afgevaardigde van elke schoolraad wordt verkozen door en uit de in artikel 7, § 1, 2°, bedoelde leden van de schoolraad. De vertegenwoordigers van de schoolraden kunnen voor elke vergadering opnieuw worden aangeduid.

 

§ 3. De algemeen directeur woont de vergaderingen van de algemene vergadering bij.

 

Onderafdeling B. - Bevoegdheden en werking

Art. 18.

§ 1. De algemene vergadering bekrachtigt :

 

1° de begroting en de jaarrekening;

 

2° de aanstelling van de algemeen directeur door de raad van bestuur.

 

§ 2. Indien de algemene vergadering een beslissing zoals bedoeld in § 1 niet bekrachtigt, formuleert de raad van bestuur binnen een termijn van 21 kalenderdagen vanaf de datum van de beslissing van de algemene raad een nieuw voorstel.

 

Art. 19.

De algemene vergadering is bevoegd om bij beslissing van ten minste tweederden van de uitgebrachte stemmen het mandaat van de algemeen directeur te beëindigen. Voor de bepaling van het meerderheidsquorum worden onthoudingen, ongeldige stemmen en blanco stemmen niet meegeteld.

 

Art. 20.

§ 1. De voorzitter van de raad van bestuur roept de algemene vergadering samen op eigen initiatief, of op vraag van ten minste een derde van de schoolraden van de scholengroep.

 

§ 2. De raad van bestuur stelt een eigen reglement van orde op en bepaalt het reglement van orde van de algemene vergadering.

 

§ 3. De bekrachtigingsbeslissingen bedoeld in artikel 18, § 1, kunnen alleen rechtsgeldig worden genomen indien de helft plus een van de leden aanwezig zijn. Indien dit quorum niet wordt bereikt, roept de voorzitter van de raad van bestuur binnen de 21 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van de eerste vergadering een nieuwe vergadering samen waarop hetzelfde punt geagendeerd wordt. Indien bij de tweede vergadering het quorum niet wordt bereikt, zijn de voorgelegde beslissingen van rechtswege bekrachtigd.

 

 

 

 

 

 

Afdeling 2. - De raad van bestuur van de scholengroepen

Onderafdeling A. - Samenstelling

Art. 21.

§ 1. De raad van bestuur van een scholengroep is samengesteld uit :

 

1° zes meerderjarige stemgerechtigde leden, rechtstreeks verkozen door de leden van de schoolraden;

 

2° drie meerderjarige stemgerechtigde leden, gecoöpteerd door de in 1° bedoelde verkozenen, op voorstel van het college van directeurs;

 

3° de algemeen directeur, die een raadgevende stem heeft.

 

§ 2. De raad van bestuur wordt verkozen voor een periode van vier jaar.

 

§ 3. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs stelt de kiesprocedure voor de raden van bestuur vast en bepaalt de wijze waarop de coöptatie van de leden van de raden van bestuur, bedoeld in § 1, 2°, gebeurt.

 

§ 4. Een verkozen lid van de raad van bestuur dat zijn mandaat voortijdig beëindigt, wordt opgevolgd door degene die bij de laatste verkiezing het best gerangschikt was. Bij het voortijdig beëindigen van het mandaat van een gecoöpteerd lid, gebeurt een nieuwe coöptatie. Het aldus verkozen of gecoöpteerd lid voleindigt het mandaat.

 

§ 5. Een stemgerechtigd lid van de raad van bestuur dat op drie opeenvolgende vergaderingen zonder geldige verontschuldiging afwezig blijft, kan door de raad van bestuur worden opgeroepen om zich te verantwoorden op de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur, die ten vroegste 21 dagen na de voorgaande vergadering plaats heeft. Blijft de betrokkene op deze vergadering zonder geldige reden afwezig, of oordeelt een meerderheid van de overige stemgerechtigde leden dat de gegeven verklaring de afwezigheden niet kan rechtvaardigen, dan verliest het betrokken lid van rechtswege zijn mandaat. Blijft betrokkene op deze vergadering met een geldige reden afwezig, dan wordt dit punt op een volgende vergadering geagendeerd.

 

Art. 22.

Het stemgerechtigd lidmaatschap van de raad van bestuur is onverenigbaar met :

 

1° het lidmaatschap van een wetgevende vergadering, een provincieraad, een gemeenteraad of een raad van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van een regering, een bestendige deputatie, of de hoedanigheid van burgemeester;

 

2° de hoedanigheid van personeelslid van het gemeenschapsonderwijs;

 

3° de hoedanigheid van lid van het bestuur van een andere scholengroep van het gemeenschapsonderwijs, behoudens voor de algemeen directeur;

 

4° het lidmaatschap van een schoolraad;

 

5° de hoedanigheid van personeelslid of lid van het bestuur van een inrichtende macht of van een schoolbestuur van het gesubsidieerd onderwijs of van een gesubsidieerd centrum voor leerlingenbegeleiding, het hoger onderwijs uitgezonderd;

 

6° het lidmaatschap van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;

 

7° de hoedanigheid van personeelslid van de pedagogische begeleidingsdienst;

 

8° de hoedanigheid van accountant belast met het financieel toezicht op het gemeenschapsonderwijs;

 

9° de hoedanigheid van verantwoordelijk leider, vast gevolmachtigde of vast afgevaardigde van een vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van het onderwijs behartigt;

 

10° de hoedanigheid van personeelslid van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap.

 

Onderafdeling B. - Bevoegdheden en werking

Art. 23.

§ 1. De raad van bestuur heeft volgende bevoegdheden :

 

1° inzake algemeen beleid :

 

a) de oprichting, samenvoeging en afschaffing van onderwijsinstellingen, centra voor leerlingenbegeleiding en vestigingsplaatsen, binnen de grenzen die worden gesteld door het grondwettelijk beginsel van de vrije keuze;

 

b) het formuleren van voorstellen tot oprichting, samenvoeging en afschaffing van scholengroepen;

 

c) het formuleren van voorstellen tot oprichting, samenvoeging en afschaffing van scholengemeenschappen met inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs;

 

d) het organiseren van de vrijwillige samenwerking met andere scholengroepen;

 

e) het aangaan van samenwerkingsakkoorden met inrichtende machten of schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;

 

f) het beslechten van geschillen tussen scholen of schoolraden en tussen het centrum voor leerlingenbegeleiding en scholen binnen de scholengroep;

 

g) het beheer van de autonome internaten.

 

2° inzake het pedagogisch beleid :

 

a) het bekrachtigen van de schoolreglementen, bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van dit bijzonder decreet;

 

b) de organisatie van de werking van het centrum voor leerlingenbegeleiding, op advies van het college van directeurs; de organisatie van een centrum voor leerlingenbegeleiding dat meer dan een scholengroep bedient, komt toe aan de scholengroep met het grootst aantal leerlingen;

 

c) de verdeling van de studiegebieden en de programmatie van studierichtingen;

 

d) het formuleren van voorstellen aan de afgevaardigd-bestuurder inzake de programmatie van unieke studierichtingen;

 

e) het sluiten van de overeenkomst met een centrum voor leerlingenbegeleiding.

 

3° inzake het personeelsbeleid :

 

a) de benoeming van personeelsleden overeenkomstig het personeelsstatuut;

 

b) de toewijzing en beëindiging van het mandaat van directeur en het mandaat van algemeen directeur;

 

c) de aanstelling van de overige leden van het bestuurspersoneel, op voordracht van het college van directeurs;

 

d) maatregelen inzake tucht en orde met betrekking tot personeelsleden;

 

e) beslissingen over de taakverdeling van de leden van het bestuurspersoneel van de scholengroep.

 

4° inzake het materieel en financieel beleid :

 

a) het beheer en de toewijzing van de middelen van de scholengroep aan de scholen en het centrum voor leerlingenbegeleiding;

 

b) het voeren van het boekhoudkundig plan;

 

c) het afsluiten van overeenkomsten ten bezwarende titel, uitgezonderd deze met betrekking tot zakelijke rechten en onverminderd het andersbepaalde in dit bijzonder decreet;

 

d) de goedkeuring van de begroting en de jaarrekening van de scholengroep, op voorstel van de algemeen directeur;

 

e) het formuleren van voorstellen tot verwerving of vervreemding van onroerende goederen;

 

f) het formuleren van voorstellen voor nieuwbouw of verbouwingen;

 

g) het sluiten van overeenkomsten inzake de huur en de verhuring van gebouwen; de duur van de overeenkomsten inzake verhuring van gebouwen is niet langer dan 9 jaar;

 

h) het beleid inzake de contractuele personeelsleden;

 

i) de verdeling tussen de scholen van de middelen voor kleine infrastructuurwerken en voor beslissingen inzake daden van behoud en de middelen voor daden van voorlopig beheer aan de schoolinfrastructuur;

 

j) het innen van de inschrijvingsgelden van de cursisten.

 

§ 2. De beslissingen bedoeld in § 1, 2°, b), worden genomen in overleg met de algemeen directeurs van de scholengroepen waarvoor het centrum voor leerlingenbegeleiding de begeleiding doet.

 

§ 3. De raden van bestuur van de scholengroepen zijn bevoegd voor alle aangelegenheden die bij dit bijzonder decreet niet uitdrukkelijk aan andere bestuursorganen zijn toegewezen.

 

Art. 24.

§ 1. De raad van bestuur kan slechts rechtsgeldig beslissen indien meer dan de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is. De raad van bestuur neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid. Voor de bepaling van het meerderheidsquorum worden onthoudingen, ongeldige stemmen en blanco stemmen niet meegeteld.

 

§ 2. De raad van bestuur vergadert minstens vier keer per schooljaar.

 

§ 3. De raad van bestuur kan de hem bij dit bijzonder decreet toegekende bevoegdheden, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 23, § 1, 1°, a) tot en met f), 2°, a), d) en e), 3°, a) tot en met c), 4°, a), d) tot en met g), delegeren aan de algemeen directeur.

 

§ 4. De bevoegdheid om de tuchtmaatregel van ontslag uit te spreken, kan niet worden gedelegeerd.

 

Art. 25.

§ 1. De raad van bestuur stelt onder zijn leden een voorzitter aan en stelt een reglement van orde op.

 

§ 2. De Raad van het Gemeenschapsonderwijs bepaalt de procedure voor de aanstelling van de voorzitters van de raden van bestuur.

 

 

 

 

 

Afdeling 3. - Het college van directeurs

Onderafdeling A. - Samenstelling

Art. 26.

§ 1. Het college van directeurs is samengesteld uit :

 

1° de directeurs van de scholen die tot de scholengroep behoren;

 

2° de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat tot de scholengroep behoort, volgens het criterium bepaald in artikel 23, § 1, 2°, b), van dit decreet.

 

§ 2. Elk lid van het college van directeurs is stemgerechtigd.

 

Onderafdeling B. - Bevoegdheden en werking

Art. 27.

§ 1. Inzake algemeen beleid kan het college van directeurs afspraken maken tussen de scholen van de scholengroep, voorstellen formuleren en adviezen geven aan de raad van bestuur van de scholengroep en aan de algemeen directeur, en kan het eigen punten op de agenda van de raad van bestuur van de scholengroep laten plaatsen. Het college kan slechts rechtsgeldig beslissen indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. Het college neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid.

 

§ 2. Het college van directeurs bereidt de vergaderingen van de raad van bestuur voor en staat in voor de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur. De algemeen directeur zit het college van directeurs voor.

 

§ 3. Inzake het pedagogisch beleid is het college van directeurs bevoegd voor :

 

1° het formuleren van voorstellen aan de raad van bestuur met betrekking tot de organisatie en de werking van het centrum voor leerlingenbegeleiding;

 

2° het maken van taakafspraken voor het centrum voor leerlingenbegeleiding;

 

3° het maken van algemene afspraken inzake oriëntatie van leerlingen;

 

4° de organisatie van de beroepsprocedure voor maatregelen inzake orde en tucht tegen leerlingen en cursisten;

 

5° het formuleren van voorstellen inzake de verdeling van studiegebieden en de programmatie van studierichtingen.

 

§ 4. Inzake het personeelsbeleid is het college van directeurs bevoegd voor :

 

1° het beheer van de loopbaan van de personeelsleden;

 

2° het maken van afspraken inzake de werving van personeelsleden;

 

3° het maken van afspraken inzake de lesbevoegdheid van het onderwijzend personeel;

 

4° de coördinatie van de functiebeschrijvingen en evaluatiemechanismen;

 

5° de vaststelling van de behoeften inzake nascholing van het ander personeel dan bedoeld in artikel 14, § 1, 10°, en de coördinatie van de vraag inzake nascholing binnen de scholengroep;

 

6° het voordragen van bestuurspersoneel aan de raad van bestuur;

 

7° de planning van de inzetbaarheid van het ondersteunend personeel.

 

 

 

 

 

Afdeling 4. - De algemeen directeur

Onderafdeling A. - Aanduiding

Art. 28.

§ 1. Het mandaat van algemeen directeur wordt door de raad van bestuur toegewezen. Alleen directeurs van scholen van de scholengroep komen in aanmerking voor het mandaat van algemeen directeur.

 

§ 2. De procedure voor de toewijzing en beëindiging van het mandaat van algemeen directeur wordt bij decreet bepaald.

 

§ 3. Het geldelijk statuut van de algemeen directeur wordt bij decreet bepaald.

 

Art. 29.

Het mandaat van algemeen directeur kan worden beëindigd op de wijze zoals bepaald in de artikelen 19, 23, § 1, 3°, b), en 35, 2°, van dit bijzonder decreet.

 

Onderafdeling B. - Bevoegdheden

Art. 30.

§ 1. De algemeen directeur is bevoegd voor :

 

1° het opstellen van het jaarverslag van de scholengroep inzake de algemene werking, de financiële toestand en de kwaliteitsbewaking;

 

2° het opstellen van een budgettair meerjarenplan voor de scholengroep;

 

3° het opstellen van de begroting van de scholengroep;

 

4° de taakverdeling van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel, en administratief personeel van de scholengroep;

 

5° het beheer van de gemeenschappelijke keukenvoorzieningen;

 

6° het beheer en de invulling van het contractuele personeelskader;

 

7° de kleine infrastructuurwerken;

 

8° het formuleren van voorstellen aan de Raad van het Gemeenschapsonderwijs inzake grote infrastructuurwerken en de uitvoering van de grote infrastructuurwerken in samenwerking met de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;

 

9° de organisatie van het leerlingenvervoer;

 

10° het opstellen en uitvoeren van een remediëringsplan, in toepassing van de artikelen 52 en 57 van dit bijzonder decreet;

 

11° het formuleren van voorstellen aan de raad van bestuur met betrekking tot de taakverdeling van de leden van het bestuurspersoneel.

 

Voor de bevoegdheden sub 5°, 6°, 7°, 8° en 9°, kan hij in naam en voor rekening van de scholengroep alle overeenkomsten sluiten, met inbegrip van overeenkomsten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.

 

§ 2. In geval van hoogdringendheid kan de algemeen directeur beslissingen nemen om de belangen van de scholengroep te vrijwaren. Deze beslissingen dienen op de eerstvolgende raad van bestuur te worden voorgelegd, die ze kan herroepen of wijzigen voorzover aan de beslissingen nog geen uitvoering is gegeven.

 

§ 3. Voor alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de scholengroep of de scholen vertegenwoordigt de algemeen directeur het Gemeenschapsonderwijs in en buiten rechte.

 

§ 4. De algemeen directeur kan de hem bij dit bijzonder decreet toegewezen bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden bedoeld in § 1, 1°, 2°, 3°, 10° en 11°, en de hem gedelegeerde bevoegdheden delegeren binnen de scholengroep aan de directeur of het hoofd van een instelling. Deze delegatie is slechts mogelijk na goedkeuring door de Raad van Bestuur.